You are hereZaterdagrit: Route Fagnes et Lacs

Zaterdagrit: Route Fagnes et Lacs


By dommeled - Posted on 23 August 2011

Datum # Leden Route Afstand Chauffeur Ritkapitein
03 Sep 3 leden Zaterdagrit KM
WeekendNr Weer Temp Windrichting Windkracht
1136 Zonnig 30 C

Zaterdagrit van September

Kebbet op mn Eupen

 

Een kort verslagje over de wijze waarop ik deze zaterdagrit heb beleeft. Voor de oplettende lezer: het is niet allenmaal De waarheid, maar veel meer mijn waarheid.

 Het beloofde een mooie zonnige dag te worden, deze zaterdag. Kwart over zeven, een bakkie koffie om een beetje te ontwaken, bij René onze grote lij.. leider van deze dag. Op secure wijze frommelde hij de vier fietsen in z’n platte Volvo en plaatste hij twee van de deelnemers op het fietsenrek achterop. Nou was ik nog niet helemaal wakker, dus helemaal zeker van deze indeling was ik niet.

 Nog even de deelnemers aan jullie lezers voorstellen: Als eerste René, die zich natuurlijk als de leider van de dag zou ontpoppen. Hielke Sibtsen onze jonge klasbak, wat hij deze dag ook weer volop zou bevestigen. Dan iemand die geen clublid (meer) is. Hij heeft wel bij ons gefietst, maar echt kennen deed ik hem nog niet. Zijn naam is geloof ik Rob Kaptein, hij doet iets met halters, zal wel in een sportschool werken of zo iets. Als laatste mijn persoontje, die ik, lijkt me, niet verder aan jullie hoef te instrumenteren. Verder bleek er nog een wat vervelend persoontje mee te rijden, die constant door onze gesprekken heen zat te kwetteren. Ze heette Tomtom of zo iets. Thuislaten de volgende keer zou ik zeggen.

 Na een voorspoedige reis en blote konten omkleden op een wat luguber parkeerterreintje in Eupen welk kennelijk ook wel eens voor andere doeleinden gebruikt werd, startten we omstreeks 10.30 uur onze tocht.
Zijn jullie er nog bij beste lezers?

 Al vanaf het begin werd duidelijk dat er gereden zou worden zoals we in de auto zaten. Twee voorop en twee achterop. Het enige verschil bleek de afstand er tussen, die al gauw zo groot was, dat we elkaar uit het zicht waren verloren.
Toen later het gesprek ging over hoe je je fietsprestatie ’s nog sterk kon verbeteren, vertelde ik dat in het blad Fiets stond beschreven dat krachttraining een sterk verbeterende invloed op je prestaties kon hebben. Waarbij niet alleen benen, borst -en buikspieren trainen van belang was, maar ook de vaak vergeten nekspieren getraind moesten worden. Toen ik dat vertelde keek de leider mij vragend en wat ongelovig aan.. waar is dat nou goed voor, vroeg hij zich af.

 Mijn antwoord dat je dan veel beter achterom kon kijken of de anderen er nog bij waren, deed hem wat schuchter lachend zijn blik weer op de weg richten.
We begonnen met een vrij steile afdaling. Ik voelde al gauw dat het mijn dag niet zou worden. Wat onzeker zwabberend reed ik naar beneden. Afdalen is nooit mijn sterke punt, maar dit? Er volgende een licht stijgende klim over een zeer slecht wegdek van een kilometer of tien, die Rob en ik samen aflegden. En toen begon het gesodemieter. Een tikkend geluid. Ik keek naar de fiets van Rob en hij naar de mijne. Steeds weer terugkerend, ging het me irriteren. Je kan beter even naar je fiets kijken Rob, want het klinkt niet goed. Vind ik ook, zei hij, maar het komt van jouw fiets. Hij bleek gelijk te hebben. Een spaak van mijn achterwiel had het begeven. Geen paniek, op zoek naar een fietsenmaker. Makkelijker gezegd dan gedaan.

 We waren aan het einde van de klim, weer met z’n vieren, en inmiddels aangekomen in Duitsland. Woo iest ijnen fietsenmagger, vroeg ik op mijn beste Duits, aan een inwoner van een klein dorpje. Kennelijk maakte het wijzen op mijn gebroken spaak meer indruk dan mijn op z’n Duits uitgesproken vraag. Vriendelijk knipte hij de spaak los van mijn wiel en wees mij naar een dorpje een kilometer of zeven verderop. Erg vriendelijke mensen daar.
Alleen jammer dat hij er niet bij vertelde dat in heel de omgeving alles op zaterdag gesloten was, maar dat bleek pas toen wij voor een gesloten deur stonden.

 Goed voor mijn zelfvertrouwen was het allemaal niet, ik miste mijn spaakje, maar toch maar gewoon verder. Weer in België aangekomen stopten we bij een plaatselijke zaak waar ze alles maken, alles verkopen en alles een grote rotzooi is. Kasten, stellages zonder einde, de plaatselijke monteuse, alles was groot en vol gestouwd. Ja, het probleem was wel te verhelpen. Met het wiel dook hij de immens grote opslagruimtes in. Mijn angst werd al gauw bewaarheid. Dat ging wel even duren. Toen hij nog dezelfde dag weer opdook met het wiel in zijn handen, was ik erg opgelucht. Weer een probleem opgelost. Zie je wel, nooit in paniek raken, het komt altijd goed.. dacht ik. We hebben geen campagnolo spaken hier, zei hij, in deze streek rijdt er niemand mee. Misschien kunnen ze je in Malmedie helpen. Vragend keek ik naar René. Ja daar komen we langs zei hij, vlak voor we bij de auto zijn....

 Verder maar weer door een overigens prachtige streek met mooie klimmetjes en prachtige vergezichten. Naar mijn beleving veel mooier dan waar je aan denkt als je het over de Ardennen hebt. Langzaam naderen het laatste deel van de fietstocht. Ik verzaakte onderweg mijn plicht zeker niet en deed toch verscheidene keren mijn stukje op kop. Dat dat dan de keren was dat ik net als eerste boven op een klimmetje kwam, of als eerste een plaatsnaambordje passeerde, berust, geloof me beste lezer, op louter toeval.

 We krijgen nog een pittig klimmetje sprak onze leider. We moeten zo ergens links af. Ik reed alweer op kop (dat er toevallig een ons onbekende wielrenner al kilometers lang vlak voor me reed, kon ik ook niets aan doen, ik kon hem moeilijk weg sturen), toen er achter me geroepen werd. Omkijkend zag ik dat de andere drie links afsloegen. Ik reed terug, moest wachten voor het verkeer en een paar paardrijders en reed vanaf nul per uur ook het weggetje in. Wouw, dat is steil. Van de fiets, handmatig de versnelling op z’n kleinst en wat weifelend begonnen.

 Ik wist al dat het een heen en terug weg zou worden en had me al voorgenomen deze beproeving aan mij voorbij te laten gaan. Weet je wat, ik doe een klein stukje. Zeker 500 meter achter de anderen begon ik. Dat valt niet tegen, nog een klein stukje. Wat zie ik nou.. voor me reed Rob en iets verder daarvoor zag ik René zigzaggend en wankelend trap voor trap omhoog worstelen. Onze jonge klasbak had ons inmiddels allemaal al de hiel(k)en laten zien.

 Nog maar een stukje proberen. Het was inmiddels zo steil dat ik bij het iets te krachtig aan mijn stuur trekken mijn voorwiel omhoog trok. Moet je mij nou zien, dacht ik, maak ik, terwijl ik aan het klimmen ben, nog wielies ook. Voor me stond Rob inmiddels even uit te rusten op een postzegelgroot vlak stukje. René strompelde zwalkend verder naar boven en Hielke kwam ons alweer tegemoet. Tot aan het restaurant, zei ik tegen mijzelf, dan ben ik er. Mis, er bleek nog een toetje van een paar honderd meter. Nog steeds op de fiets besloot ik met mijn laatste krachten toch maar door te rijden. René kwam me een honderd meter voor de top tegemoet rijden en Rob finishte voor me.

 Uitpuffend bleven Rob en ik boven, aangestaard door een honderdtal wat misprijzend kijkende mountainbikers. 1200 meter, stijgingen tot 20 %, een van de zes steilste van België, we hadden het toch maar gedaan. We rusten hier maar even, als we meteen teruggaan beginnen ze weer als we beneden zijn.
Als ik geweten had dat we alleen naar boven en beneden zouden gaan, had ik het zeker niet gedaan, sprak Rob. Het klonk wat gedesillusioneerd vond ik. Later zou blijken dat ik er niet ver naast zat.

 Beneden aangekomen legde René uit dat hij niet de juiste kransjes had gemonteerd om deze berg te kunnen beklimmen. Dat hij deze beklimming, met omschrijving van de stijgingspercentages, al in de mail had omschreven zei hij er niet bij. Prachtig toch die reactie om het menselijk falen indien mogelijk af te schuiven op andere factoren. Deed ik niet hetzelfde als ik het over mijn gebroken spaak had?

 Nog een klim van een kilometer of twaalf met kleine stijgingspercentages en een prachtige afdaling van ongeveer dezelfde lengte, dan zijn we er. Even later reden we weer zoals we begonnen waren. Twee voor en twee achter met een al gauw steeds groter wordende afstand er tussen. De motivatie om verder te gaan was bij mijn Compaan inmiddels tot het nulpunt gedaald. In de inmiddels brandende zon, temperatuur gestegen tot boven de 30 C, reden we met een snelheid gedaald tot een kilometer of twaalf per uur de klim op. Ik moet rusten, zei hij, en wilde afstappen in de brandende zon. Kom op, nog even tot we een schaduwplekje vinden. Even later stonden we onder de zowat enige boom op deze klim. Het is helemaal niks, ik kan niet meer en ik wil niet meer. Ik moet over een paar weken een meerdaagse tocht in de Alpen rijden, maar heb daar zo niks te zoeken. Totaal gedesillusioneerd stond hij daar.

 Toen schoot mij mijn bijbaan te binnen. Mental kotjing was hier op zijn plaats.
Dat we het toch maar gedaan hadden, dat tie de sterke klimmer René aan het inhalen was, dat we al bijna honderd kilometer gereden hadden en het goed was voor de mentale hardheid om in deze hitte deze tocht te rijden. Ik weet niet meer wat voor een onzin ik verder verzon, maar even later zaten we weer op de fiets. Honderd meter verder stonden de andere twee op ons te wachten en reden we even later gevieren weer verder.

 Nog een kilometer of vijf klimmen, ik besloot het monotone gedoe wat te doorbreken en demarreerde aan de linkerkant van de brede weg met zeeer? grote snelheid. Zoals wel verwacht sloot even later René aan en omstebeurt op kop (ik had mijn beurt dus al gedaan) reden we de laatste vier kilometer naar de top. Hielke sleepte Rob naar ons toe en we begonnen aan een prachtige kilometers lange afdaling. Ik had me voorgenomen om zolang ik mee kon trappen door te rijden en met snelheden daar boven in te houden. Op de stukken daarna bracht Hielke me weer terug. Ik besloot om te gaan voor het laatste bordje van de dag en voerde daar waar het kon de snelheid hoog op en reed de rest er toch nog makkelijk af. Ik ging het halen dacht ik euforisch.

 Plotseling waren daar de waarschuwingsborden. Gevaar, afdaling 10%!!!. Daar ging mijn plan. In de remmen knijpend denderde de rest mij voorbij Eupen binnen. Nog een laatste klim. Einde rit.
 De tijd van de terugweg in de auto werd prachtig gevuld met de wetenschappelijk uitleg van Hielke over omslagpunten, wattages, omwentelingen, hartslagen, klimpercentages, enz. En natuurlijk met heel veel mentale opbeuringspraatjes in de richting van Rob. Of al die praatjes echt opbeurend werkte, heb ik zo mijn lichte twijfel over. Voor het geval dat, heb ik hem mijn telefoonnummer en tarievenlijst maar meegegeven.

De tocht, de omgeving, het gezelschap…
Ik heb er van genoten.

Richard

 

 

 

 

ROUTE DES FAGNES ET LACS
VENN UND SEEN ROUTE
(Venen- en Merenroute)

 

 

Zie ook: http://www.klimroutes.nl/PC6FAGNES.html